Gedurende de zestiende en zeventiende eeuw was Den roosengaert vanden bevruchten vrouwen, geschreven door Eucharius Rösslin, één van de bekendste en populairste boeken over verloskunde. Rösslin was een Duitse arts en gynaecoloog die leefde aan het begin van de zestiende eeuw. Zijn boek Den roosengaert is geschreven als handleiding voor vrouwen en verloskundigen bij zwangerschappen en bevallingen. Vooral opvallend aan de inhoud van het boek zijn de houtsneden. De meeste hiervan tonen de verschillende liggingen van de foetus in de baarmoeder. Deze illustraties zorgen ervoor dat vrouwen en verloskundigen een beeld konden krijgen van wat eventueel fout kon gaan tijdens een zwangerschap of bevalling. Volgens sommige bronnen zijn dit zelfs de allereerste afbeeldingen van de geboortekamer en de eerste anatomische afbeeldingen van een foetus in de baarmoeder. De afbeelding van de geboortekamer is op de titelpagina van het boek te vinden, zoals ook in de afbeelding hieronder te zien is. De anatomische afbeeldingen zijn onderdeel van de lopende tekst en zijn dus verderop in het boek te vinden.

De editie die ik hier als voorbeeld gebruik is een Nederlandse vertaling uit 1599. Naast een vertaling is deze editie ook een heruitgave. Op de titelpagina staat namelijk de tekst “gecorrigeert ende verbetert,” wat aangeeft dat de tekst aangepast is ten opzichte van voorgaande edities. Maar om het historisch belang van deze uitgave te begrijpen, is het handig om eerst aandacht te besteden aan de productiegeschiedenis van het werk. De allereerste editie van Den roosengaert was gedrukt in het Duits en kwam uit in 1513. Het feit dat het boek in het Duits verscheen was destijds ongewoon. Gedurende de zestiende eeuw was het de standaard dat wetenschappelijke en medische teksten in het Latijn werden geschreven, maar dit zorgde ervoor dat het grote merendeel van mensen deze boeken niet konden lezen. Latijn was de taal van de academische wereld, en niet van de 'gewone' mensen. En dat is precies waarom Rösslin besloot om zijn boek in de volkstaal, het Duits, te schrijven. Zijn doel was dat Den roosengaert praktisch nut had en niet slechts als theorie voor academici gebruikt werd. Door het in het Duits te schrijven werd het boek toegankelijk voor degenen die werkzaam waren als verloskundigen of vroedvrouwen. Hoewel Rösslin veel commentaar kreeg op dit besluit, werd Den roosengaert zo populair dat het naar veel andere Europese talen vertaald werd, waaronder het Nederlands. De populariteit van het werk blijkt ook uit het feit dat in 1603 alweer een nieuwe Nederlandstalige druk verscheen (OK 62-1252), die verder identiek lijkt aan de editie uit 1599. Er was zo veel vraag naar het boek dat het nodig was om binnen vier jaar alweer een nieuwe oplage te drukken.
Toch kan de populariteit van dit boek niet alleen verklaard worden door het feit dat het niet in het Latijn is geschreven. Ook de vormgeving van het werk speelde een grote rol. Het gebruik van simpele maar duidelijke anatomische afbeeldingen hielp zowel met het uitleggen als het opbreken van de tekst, en maakte het werk als geheel overzichtelijker voor de lezer. Daarnaast was het formaat van de boeken waarschijnlijk erg belangrijk. Omdat het ontworpen was voor praktisch nut, zijn veel van de exemplaren gedrukt in octavo, een relatief klein formaat. Dit maakte het boek gebruiksvriendelijker omdat het makkelijk was om mee te nemen en ter plekke als naslagwerk of handleiding te gebruiken. Het gebruik van een kleiner formaat dan standaard was voor medische teksten laat zien dat het bedoeld was voor de gewone mensen. Verder was er minder papier nodig om kleinere boeken te produceren, waardoor het goedkoper was om te maken en dus ook om te kopen. Een nadeel van dit kleinere formaat was wel dat er weinig ruimte was in de marges of tussen de regels om aantekeningen te maken. Toch was dit niet onmogelijk, aangezien er in sommige exemplaren van Den roosengaert wel aantekeningen te vinden zijn.

Het Allard Pierson heeft in totaal 25 verschillende exemplaren van dit werk in de collectie. Deze exemplaren zijn allemaal Nederlandse vertalingen en omvatten ook meerdere, verschillende heruitgaven. Het oudste exemplaar in de collectie komt uit 1528, slechts vijftien jaar na de allereerste Duitse druk, en het meest recente exemplaar is gedrukt in 1742. Opvallend is dat tussen deze edities de titel van het werk is veranderd. Het exemplaar uit 1528 heeft als titel Den roseghaert vanden bevruchten vrouwen, terwijl het exemplaar uit 1742 gedrukt is als Het kleyn vroetwyfs-boek ofte den Vermeerderde Roosengaert. Ondanks de gewijzigde titel, wordt nog wel dezelfde houtsnede gebruikt. Ook de anatomische afbeeldingen lijken hetzelfde te zijn, net als de algehele opmaak en het formaat van het boek. Wel is opvallend dat de rubricering (het gebruik van rode inkt om woorden of zinnen te benadrukken) op de titelpagina is verdwenen in 1742. Dit kan te maken hebben met veranderende ideeën over vormgeving en typografie door de eeuwen heen. Daarnaast bevat dit exemplaar twee voorwoorden die in de edities uit de zestiende eeuw niet te vinden zijn. Het is gezien de tijdsperiode onwaarschijnlijk dat deze voorwoorden van Rösslin afkomstig zijn, waarschijnlijk zijn ze geschreven door de drukker/uitgever of de vertaler.

Sommige exemplaren van Den roosengaert bevatten een appendix die als convoluut is ingebonden. Dit betekent dat de appendix in dezelfde band zit als de hoofdtekst. In andere gevallen is de appendix gedrukt als een los boek, met een eigen band. Bij deze exemplaren is de appendix in hetzelfde, relatief kleine formaat gedrukt als Den roosengaert. Ook de appendix was dus voor praktisch gebruik bedoeld. Dit blijkt ook uit een verdere analyse van één specifiek exemplaar van de appendix. Zoals op de foto hieronder te zien is, zijn de hoeken van het boek ingevouwen en zijn de randen van het boekblok gedeukt. Dit wijst erop dat het boek is meegedragen en niet alleen in een boekenkast heeft gestaan. De band die om dit exemplaar zit (en bij veel van de andere exemplaren) komt niet uit dezelfde tijd. We weten daarom niet of de band ook gekozen werd op basis van wat het makkelijkst en goedkoopst zou zijn voor de eigenaar. Wel kan het betekenen dat de originele band intensief is gebruikt en na een tijd vervangen moest worden.

Deze grote hoeveelheid aan heruitgaven en vertalingen, verspreid over meer dan tweehonderd jaar, toont hoe invloedrijk dit werk moet zijn geweest op de verloskunde tijdens de vroegmoderne periode.
Bibliografie
Alarcón, Carolina. “‘Urinating on Lettuce and Throwing Your Hands Up’: Infertility in Early Modern Spain.” In Early Modern Maternities in the Iberian Atlantic, geredigeerd door Emily Colbert Cairns en Nieves Romero-Diaz, 129-162. Londen: Routledge, 2024.
Cavallo, Sandra. “Early Vernacular Medical Advice Books and Their Popular Appeal in Early Modern Italy.” Nuncius 36 (2021): 264-303.
Ekholm, Karin J. Recensie van Birth Figures: Early Modern Prints and the Pregnant Body, door Rebecca Whiteley. Sixteenth Century Jounral 56, nr. 4 (2025).
Auteur
Evi van Andel loopt gedurende de periode november 2025 tot mei 2026 als student Boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam stage bij de Bijzondere Collecties van het Allard Pierson. Hier houdt zij zich onder andere bezig met de herkomst van vroegmoderne medische boeken.
