Slavernij heeft in verschillende samenlevingen en periodes in de geschiedenis een rol gespeeld en bestaat nog steeds. Ook in de oudheid was slavernij onderdeel binnen veel samenlevingen, van Mesopotamië en Egypte tot Griekenland en de Romeinse wereld. In de tentoonstelling Not My Soul worden verhalen over slavernij bij objecten uit de oudheid in de collectie van het Allard Pierson verteld.
Tijdens dit programma worden verschillende thema’s uit de tentoonstelling kort uitgelicht en verdiept in korte verhalen van de samenstellers van de tentoonstelling:
Verwantschap
Conservator Laurien de Gelder spreekt over het thema verwantschap. In zowel de Griekse als de Romeinse wereld konden slaafgemaakten volgens de wet niet trouwen. Kinderen van slaafgemaakten waren het bezit van de eigenaar van hun ouders. Bloedverwanten werden uit elkaar gedreven als er familieleden werden verkocht. Slaafgemaakten zochten daarom onderling nieuwe vormen van verwantschap. Aan de hand van een Griekse grafsteen en een Romeins grafschrift licht Laurien enkele verhalen over verwantschap en familie uit.
Geen mens, maar object
Jurist en onderzoeker Bastiaan van der Velden bespreekt de wetgeving rond slavernij in de Justiniaanse codificatie, het omvangrijke Romeinse wetgevingsproject dat in 535 na Chr. werd opgesteld. In deze wetten werden tot slaaf gemaakten juridisch niet als personen, maar als objecten beschouwd. Bepalingen uit deze Romeinse wetgeving vormden mede de juridische basis voor de Nederlandse koloniale wetgeving ten tijde van de trans-Atlantische slavernij.
Het lichaam als bezit
Eva Mol is gastconservator van de tentoonstelling en als archeoloog aan de Universiteit van York gespecialiseerd in slavernij in de Romeinse oudheid. Zij zal aan de hand van objecten vertellen wat we kunnen herleiden over de levens van Romeinse slaafgemaakten. Verhalen over bezit, maar ook over verzet, creativiteit en vakmanschap.




