Archief van doopsgezind zendingsechtpaar Herbert en Mieneke Marcus geschonken
De door het Allard Pierson beheerde bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam heeft onlangs een deel van het archief van Herbert Marcus en Mieneke Marcus-van den Nieuwenhuizen als schenking ontvangen. Hun memoires, brieven en andere documenten geven inzicht in hun werk als doopsgezind zendingsechtpaar in het toenmalige Nederlands Nieuw-Guinea tussen 1950 en 1961. Het archief wordt nu beschreven en toegankelijk gemaakt voor onderzoek.
Herbert Marcus (1915-2000) en Mieneke Marcus-van den Nieuwenhuizen (1920-2012) werkten in de regio Teminabuan op de Vogelkop, tegenwoordig onderdeel van Indonesië. Herbert was er predikant en schoolbeheerder; Mieneke werkte eerst als gouvernementsarts en later als zelfstandig arts. Beiden waren betrokken bij de ontwikkeling van een zelfstandige evangelisch-christelijke kerk in het gebied.

Foto door Herbert Marcus van het dorp Susumuk, district Aifat, Kepala Burung (Vogelkop), West-Papoea, Indonesië (Collectie Stichting Papua Erfgoed)
Doopsgezinde zending in een koloniale context
De doopsgezinde zending in de Nederlandse koloniën begon in de negentiende eeuw.In 1847 ontstond de Doopsgezinde Vereniging tot Verbreiding des Evangelies in de Nederlandse Overzeesche Bezittingen, meestal de Doopsgezinde Zendings Vereniging genoemd. De eerste zendeling van de vereniging was Pieter Jansz, die in 1851 naar Midden-Java vertrok. In het laatste kwart van de negentiende eeuw breidde de doopsgezinde zending zich uit naar onder andere Sumatra. Evangelieverkondiging, medische zorg en onderwijs waren nauw met elkaar verweven en vonden plaats binnen de bredere context van het Nederlandse kolonialisme. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de doopsgezinde zending in Indonesië grotendeels tot stilstand. De doopsgezinde zending ging zich vervolgens richten op het toenmalige Nederlands Nieuw-Guinea, waar de samenwerking werd aangegaan met de Hervormde Raad voor de Zending.

Herbert en Mieneke Marcus na hun terugkeer naar Nederland
Kritiek op ongelijkwaardigheid
Uit het archief komt naar voren dat Herbert en Mieneke Marcus zich geregeld kritisch uitlieten tegenover koloniale bestuurders en kerkelijke functionarissen. Uit het archief blijkt dat binnen het koloniale systeem verschil van mening bestond met de heersende koloniale opvattingen. Herbert en Mieneke Marcus voelden zich met hart en ziel betrokken bij de Papoea-gemeenschappen en verzetten zich tegen neerbuigende houdingen tegenover de lokale bevolking.
In 1961 moesten Herbert en Mieneke Marcus terugkeren naar Nederland, maar hun betrokkenheid bij Papoea-gemeenschappen bleef bestaan. In Nederland werd Herbert Marcus korte tijd legerpredikant en vervolgens predikant in de doopsgezinde gemeenten Baard-Itens en Barsingerhorn/Schagen. Zijn preken uit de periode 1962-1977 zijn eerder geschonken aan de Doopsgezinde Bibliotheek in het Allard Pierson.

Brieven van Mieneke Marcus uit 1956
Memoires, correspondentie en reisverslagen
De schenking omvat memoires, correspondentie en andere documenten over de periode 1950-1961. Deze bronnen geven inzicht in de ervaringen van het echtpaar tijdens hun zendingswerk. De memoires verschijnen binnenkort in een bekorte, geannoteerde uitgave met een inleiding van Alle G. Hoekema, onder de titel: ‘Van eeuwigheid tot Amen’: Autobiografie van Herbert Marcus (1915-2000), doopsgezind zendeling onder de Papoea’s.
Ook bevat het archief fotoalbums en reisverslagen uit de periode na 1961. Na hun terugkeer naar Nederland, reisde het echtpaar veel en bezocht onder meer hun voormalige werkgebied. Hun belangstelling voor etnologie blijkt onder meer uit de collectie etnografische gebruiksvoorwerpen die zij aan het Wereldmuseum in Leiden en Amsterdam schonken.
Het archief is geschonken door de Stichting Doopsgezinde Geloofsopbouw en Solidariteit, voorheen de Doopsgezinde Zendings Vereniging en onlangs hernoemd tot Doopsgezind WereldWerk. De schenking kwam mede tot stand dankzij de inzet en inhoudelijke ondersteuning van Alle G. Hoekema. Het archief wordt omgepakt, beschreven en toegankelijk gemaakt voor onderzoek.