Johannes Nicolaas Helstone

Door Marek Susdorf

Het Allard Pierson beheert twee kostbare collecties documenten en objecten die verband houden met het leven en de nalatenschap van Johannes Nicolaas Helstone (1853–1927), een Afro-Surinaamse componist van christelijke en klassieke muziek. Deze collecties vormen een onschatbare bron van informatie en bieden niet alleen inzicht in Helstones biografie en rijke oeuvre, maar ook in de ontwikkeling van de klassieke muziek in Suriname. Hij werd geboren op een houtplantage in een tijd waarin slavernij nog werd gehandhaafd door de Nederlandse koloniale machthebbers in Suriname, en kreeg zijn eerste opleiding van Hernhutter zendelingen. Later behaalde hij een muziekdiploma aan het conservatorium van Leipzig in Duitsland, waarna hij uitgroeide tot een gerenommeerd muziekdocent en gevierd componist in Suriname. De vele handgeschreven en getypte manuscripten van psalmen en gezangen die in de collecties worden bewaard, getuigen zowel van zijn muzikale talent als van zijn toewijding aan de verantwoordelijkheden die hem door de Hernhutter zendelingen in Suriname waren toevertrouwd. Deze stukken zijn des te waardevoller omdat veel van Helstones manuscripten en bezittingen, waaronder zijn twee piano’s, verloren gingen bij een brand in 1899.

Waarschijnlijk de belangrijkste documenten in de collecties zijn de vele versies van de muziek en het libretto van zijn magnum opus: Het Pand der Goden, dat in mei 1906 in première ging in Paramaribo, de hoofdstad van Suriname. Helstone werkte jarenlang aan de muziek en tekst van dit muziektheaterstuk in vijf bedrijven, en de voorbereidingen voor de première namen vele maanden in beslag. In deze periode dirigeerde Helstone lokale musici die de hoofdrollen zongen of in het orkest speelden, dat uiteindelijk uit 24 leden bestond. De productie werd een overweldigend succes en het publiek ontving het werk met groot enthousiasme. Zoals de lokale krant Onze West over het drama schreef: “Het is een groot werk, schoon en verheven. De muziek is overheerlijk en voor het muzikaal publiek genotvol. De tonelen maken zulk een diepen indruk op de toeschouwer, dat men geheel en al opgaat in het stuk. (…) O, wat toont hij [Helstone] zijn grootheid in dit stuk. Meesterlijk is het in elkaar gezet. Roemvol bewerkt.” 

In de collecties vinden we ook vroege pogingen tot biografische beschrijvingen van Helstone, evenals boeken die het levendige muziekleven in Suriname documenteren, waarin zowel Europese als Afrikaanse culturele tradities samenkomen. In combinatie met de Surinamica-collectie van het Allard Pierson maakt dit materiaal diepgaand onderzoek mogelijk naar niet alleen Helstones leven en composities, maar ook naar de koloniale geschiedenis van Suriname, in het bijzonder tijdens zijn leven, een periode waarin ingrijpende sociaal-economische veranderingen plaatsvonden binnen het Nederlandse koloniale rijk.

In dit opzicht is Helstones De Grieksche Muziek in het Licht der Moderne Toonkunst uit 1924 bijzonder interessant. In dit boek over Europese kunstmuziek onderzoekt de componist de romantische discoursen rond moderne muziekcompositie en interpretatie, en drukt hij vaak op poëtische wijze zijn bewondering en toewijding uit voor de Europese cultuur, haar idealen en principes. Wanneer we echter rekening houden met de Nederlandse koloniale politiek die in deze periode in Suriname werd gevoerd, en die gericht was op het uitbannen van de op klank gerichte tradities van Afro-Surinamers – Helstones tijdgenoten en lotgenoten – dringt zich een vraag op: in hoeverre kan muziek dienen als middel tot culturele verrijking en bevrijding, en in hoeverre kan zij functioneren als een koloniale kracht die beperkingen oplegt? Een onderzoeksproject naar de nuances en complexiteit van deze geschiedenis wordt momenteel uitgevoerd bij het Allard Pierson binnen de Helstone Fellowship, mogelijk gemaakt door Helstones achterkleinnicht Astrid Helstone.

De collecties bevatten nog meer kostbaar materiaal over Helstone en de plaats van de klassieke muziekpraktijk in de geschiedenis van Suriname, waaronder uitgebreide informatie over de leerlingen van de componist, van wie velen later zelf gerenommeerde musici werden. Deze materialen, waaronder foto’s, Helstones dirigeerstokken en andere artefacten, zijn gedurende tientallen jaren zorgvuldig bewaard gebleven en vormen nu een tastbaar bewijs van Helstones betekenis en invloed, ondanks het feit dat zijn naam na zijn overlijden in 1927 grotendeels in de vergetelheid raakte. Door dit materiaal in ons onderzoeksproject te gebruiken, is het doel om de nalatenschap van de componist nieuw leven in te blazen en hem opnieuw onder de aandacht te brengen van een breder en Engelstalig publiek. Dat is wellicht bijzonder betekenisvol binnen de wereld van de klassieke muziek, waar vele niet-Europese musici nog altijd wachten op de erkenning die zij verdienen.