Een jonkvrouw op de huishoudschool?
Door: Marit de Wit

Persoonlijke receptenverzamelingen zijn van alle tijden. Misschien heb je nog wel het kookboek van je grootmoeder, houd je een eigen notitieboek bij of heb je een mapje met recepten op je telefoon. Dankzij de steun van het Louise O. Fresco Fellowship kon ik me verdiepen in nog niet eerder onderzochte kookhandschriften binnen de uitgebreide Collectie Voedingsgeschiedenis van het Allard Pierson. Ik focuste me op manuscripten die waren opgesteld op de huishoudscholen, en hoe vrouwen op deze plekken wetenschappelijke kennis zich eigen maakten. Huishoudscholen worden vaak negatief herinnerd als instellingen die vrouwen beperkten tot het huis en de keuken. Door verder te kijken dan het onderdrukkende imago, krijgen we inzicht in de ervaringen en bijdragen van de vele vrouwen die er hun tijd doorbrachten als studenten en docenten.
Een van deze vrouwen was Anna Clara Lieftinck (1881-1972). Ik ontdekte haar naam aan de hand van de initialen in het notitieboekje dat ze in 1908 bijhield toen ze leerling was aan de Groningsche Kook- en Huishoudschool. Ze kwam uit een familie die een succesvol tabaksbedrijf runde in Groningen. Voordat ze cursussen in koken en wassen volgde aan de huishoudschool, had ze een opleiding tot lerares Frans gevolgd. Anna Clara Lieftinck werkte als onderwijzeres op verschillende basisscholen in Amsterdam, totdat ze ‘eervol werd ontslagen’ toen ze trouwde. In 1908, hetzelfde jaar dat ze de huishoudschool bezocht, trouwde ze met jonkheek Hendrik Teding van Berkhout (1879-1969), die later directeur werd van het Rijksprentenkabinet in Amsterdam.

Trouwjurk Anna Clara Lieftinck (Amsterdam 1908), Rijksmuseum.
Het feit dat ze leerde koken en de was doen, roept vragen op. Waarom zou een vrouw van haar sociale status deze vaardigheden leren, terwijl ze deze waarschijnlijk nooit zelf hoefde uit te voeren? Haar notitieboekje geeft ons inzicht in de rol van het huishoudonderwijs in het leven van vrouwen, evenals in de idealen achter deze scholen. Het huishoudonderwijs ontstond aan het einde van de negentiende eeuw als een initiatief om de volksgezondheid te verbeteren door vrouwen te leren koken voor hun gezin. Kennis over gezonde voeding werd als essentieel beschouwd voor alle lagen van de samenleving.

Initialen Anna Clara Lieftinck, in: Hs. XXX E 8, A.C. Lieftinck (Groningen 1908), Allard Pierson, Collectie Voedingsgeschiedenis.
Voor welgestelde vrouwen zoals Anna Clara Lieftinck betekende een opleiding in de voedingsleer dat ze haar maatschappelijke rol als moderne huisvrouw kon vervullen, waarbij ze het huishoudelijk personeel aanstuurde op basis van haar wetenschappelijke kennis. De huishoudster Johanna Waterdrinker-van Lessen Balsters, naast andere bedienden die niet bij naam worden genoemd in de fotocollectie van de familie in het Rijksmuseum, zorgden voor de dagelijkse huishoudelijke taken. Toch wilde Anna Clara Lieftinck laten zien dat ze zelf verstand had van koken. Ze poseerde als leerling huishoudkunde voor een foto waarop ze een muts en een schort draagt en in een kom roert. Deze foto maakte deel uit van decoratieve fotodozen die aan haar twee dochters werden geschonken. De waarde van haar opleiding in huishoudkunde hield dus verband met haar rol als echtgenote en moeder. Ik ontdekte dat ook haar dochter Susanna Frida Teding van Berkhout aan een huishoudschool studeerde. Haar schrift maakt deel uit van de Collectie Voedingsgeschiedenis in het Allard Pierson (Hs. XXX E 29).
Hoewel de huishoudschool op het eerste oog vrouwen klaarstoomde om enkel huisvrouw te worden, blijkt uit hun persoonlijke aantekeningen en boeken dat hun ervaringen en bijdragen verder reikten dan dat. Ik ontdekte dat Anna Clara Lieftinck ook na haar huwelijk actief bleef op het gebied van het onderwijs. Zij ondersteunde haar man bij een onderzoeksproject over kunstonderwijs op basisscholen, hoewel haar bijdrage in het onderzoek niet werd vermeld. Ze bleef haar interesse in pedagogiek en psychiatrie nastreven door cursussen te volgen en literatuur over deze onderwerpen te verzamelen. Bovendien was ze in de jaren vijftig een actief lid van de vroege bibliotheek ‘Leesmuseum voor Vrouwen’ in Amsterdam, samen met vooraanstaande figuren zoals schrijfster Annie M.G. Schmidt. Vrouwen zoals Anna Clara Lieftinck die huishoudkundig onderwijs hadden gevolgd, deden dus niet alles volgens het boekje. Ze waren in staat hun kennis verder te ontwikkelen en bijdragen te leveren op het gebied van kunst en wetenschap.

Initialen Anna Clara Lieftinck in het boek Hamburger Teekenonderwijs (Meppel, 1905), Stadsarchief Amsterdam, inv. nr. 698/18.