Wit speelt Zwart
Blackface op het Nederlandse podium

De Hut van Oom Tom, Moortje en Othello, maar ook: de Sjors en Sjimmie-verfilmingen van Henk van der Linden, Wendy van Dijk’s Dushi, de populaire Black and White Minstrel sketchshows (tot 1972 op de Nederlandse televisie) en natuurlijk Zwarte Piet: sinds de 19de eeuw hebben witte artiesten zich geschminkt om karikaturale, stereotiepe versies van Zwarte* mensen te spelen. In minstrelshows, revues, toneelstukken of sketchshows zijn personages in blackface een gekend fenomeen. Waar bovenstaande personages voor veel witte mensen samenhangen met fijne (jeugd)herinneringen, hebben ze voor Zwarte mensen een pijnlijke impact gehad door bij te dragen aan uitsluiting, ongelijkheid en discriminatie. De tentoonstelling Wit speelt Zwart onderzoekt aan de hand van materiaal uit de theatercollectie van het Allard Pierson, aangevuld met hedendaagse kunst, hoe een ogenschijnlijk onschuldig medium als theater heeft bijgedragen aan de normalisering van blackface op de Nederlandse podia – én erbuiten.
Blackface: van middeleeuwen tot nu
‘Het is maar een grapje. Het is niet zo bedoeld.’ Zo zien veel witte mensen het nadoen van Zwarte mensen. Maar het zwart schminken van een gezicht om een zwart persoon uit te beelden, is niet onschuldig of neutraal – dat toont de ontstaansgeschiedenis van dit fenomeen. Blackface, kolonialisme en slavernij zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. De opkomst van blackface in de 19e eeuw was een direct gevolg van de trans-Atlantische slavernij: miljoenen Zwarte afrikanen werden ontvoerd en tot slaaf gemaakt om op plantages te werken, binnen een systeem waar Zwarte mensen onder witte mensen werden geplaatst. In 1847 waren de eerste minstrelshows in Nederland te zien: door Zwarte mensen op het podium als dom, lui, simpel of ‘vrolijk als slaaf’ neer te zetten, kon de witte bevolking de sociale hiërarchie en dominantie behouden. Wit speelt Zwart graaft echter nog dieper en toont dat de wortels van blackface zelfs teruggaan tot de middeleeuwen, waar Zwarte mensen, vaak aangeduid als ‘Moren’, werden afgebeeld in toneelstukken, dansvoorstellingen en straatentertainment. In de tentoonstelling komen ook andere vormen van racistisch entertainment aan bod, zoals volksvertoningen (ook wel ‘human zoo’).

Decorontwerp Dit is theater, Wim Bymoer, 1967

Schminkdoos Ko van Dijk
Strijd om representatie gaat door
Het theater heeft dus eeuwenlang ruimte gegeven aan racisme als entertainmentvorm. Tegelijk heeft ditzelfde medium vanaf de jaren 80 gediend als podium voor Zwart verzet. In die tijd werden in Nederland de eerste voorstellingen opgevoerd door Zwarte makers, die het toneel claimden voor hun eigen verhalen en perspectieven. Ook vandaag gaat de strijd om representatie door. Zo is er de stichting The Need for Legacy, opgericht door een jonge generatie theatermakers van kleur die zich hard maakt voor een inclusieve theatergeschiedenis. Wit speelt Zwart toont ook andere werken van hedendaagse kunstenaars, zoals Kara Walker en Brian Elstak, die het fenomeen blackface doortrekken naar het nu én naar het ‘internationale toneel’. Als geheel, prikkelt de tentoonstelling de bezoeker met vragen als: ben jij je bewust van stereotypering in theaterstukken en andere vormen van entertainment? Waar ligt de grens tussen humor en racisme? En: met welke blik kijk jij? De tentoonstelling hoopt bij te dragen aan meer begrip en bewustzijn: samen kunnen we vorm geven aan een gelijkwaardigere toekomst.
Bij de tentoonstelling, is een publieksprogramma en een educatieprogramma ontwikkeld, gericht op het voortgezet onderwijs en MBO. En houdt onze agenda in de gaten voor alle programmering rond de tentoonstelling!
De tentoonstelling is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het VFonds en het Mondriaan Fonds én bruiklenen van onder meer The Black Archives, The Need for Legacy, Studio Braak, Bijlmer Parktheater en de Pont.
*Met de keuze ‘Zwart’ met een hoofdletter te schrijven wordt verwezen naar een gedeeld gevoel van geschiedenis, identiteit en gemeenschap onder mensen die zich als Zwart identificeren, in Afrika en binnen de Afrikaanse diaspora.

Kostuumontwerp, 1820, aquarel

Kostuumontwerp voor Harlekijn
Waarschuwing
Deze tentoonstelling bevat kwetsende en racistische beelden, teksten en fragmenten, waaronder blackface en stereotiepe verbeeldingen van Zwarte mensen. Het tentoonstellingsontwerp van René Wissink van Atelier Argos zorgt voor een gelaagde ervaring met referenties naar het theater. Indirecte zichtlijnen maken dat de bezoeker zelf het tempo bepaalt waarin kwetsend materiaal wordt gezien.